.            
Half November heb ik het plan om naar Zuid Amerika te gaan. Vanuit Santiago de Chili naar het zuiden, Patagonië, en dan via Argentinië met de bus naar het noorden. Via Bolivia, Peru en Ecuador naar Colombia. Venezuela is de vraag op dit moment.  Dit moet ongeveer in 3,5 tot 4 maanden lukken.

Alles natuurlijk volgens :  ijs en weder dienende.....  :)

Informatie Zuid Amerika  ( wikipedia)  route door Chili  

  .   
Santiago naar Puerto Montt        Puerto Montt naar villa O'Higgins

Santiago

Valparaiso

Puerto Montt

Chaiten  

Coyhaique

Cochrane

Villa O'Higgins

Route door Argentinië

Route door Bolivia/Peru/Ecuador en Colombia

 

Santiago

Santiago (Spaans: Santiago de Chile) is de hoofdstad van Chili. Deze stad ligt op 522 m hoogte in de laagvlakte die zich uitstrekt tussen het Chileense kustgebergte en de Andes. In 2002 telde de eigenlijke stad en gemeente (de commune Santiago Centro) 200.792 inwoners (10e van het land), haar stedelijk gebied (areá urbana) 5.428.590 inwoners en haar metropolitair gebied (Región Metropolitana) 7.003.122 inwoners, waarmee ongeveer 40% van de bevolking van Chili in en rondom de hoofdstad woont.

Santiago is gesticht door Pedro de Valdivia op 12 februari 1541 met de naam Santiago de Nueva Extrema
Afbeeldingsresultaat voor santiagodura. Valdivia koos voor de locatie van Santiago vanwege het klimaat en het gemak waarmee de stad kon worden verdedigd.
Dit verdedigingsvoordeel ontstond doordat de rivier Río Mapocho in tweeën splitst en verder st
roomafwaarts weer samenkomt, zodat er een soort eiland aanwezig is.

Het klimaat is mediterraan. Hete droge zomers (november tot maart) met temperaturen tot 35 °C. De winters (juni tot augustus) zijn zacht met maxima rond 15 °C.
In 1863 vond in de stad een grote ramp plaats, toen er brand uitbrak in de Iglesia de la Compañía. Circa 2.000 personen kwamen hierbij om het leven, zie het artikel: Brand in de Iglesia de la Compañía 1863.

terug naar boven

Valparaíso

Valparaíso is een gemeente en de grootste havenstad van Chili. De stad ligt ongeveer 70 km ten westen van de hoofdstad Santiago en telde 296.655 inwoners in 2017. De stad is tevens regeringszetel. Ook is de stad de hoofdstad van de gelijknamige regio. De stad vormt een agglomeratie met Viña del Mar en Quilpué. De metro van Valparaíso biedt openbaar vervoersdiensten aan met hoge frequentie tussen de verschillende steden van de regio. Het netwerk bestaat uit een lijn met lengte van 43 kilometer, waaraan 20 stations gelegen zijn.

Valparaíso wordt beschouwd als een van indrukwekkendste steden van Latijns-Amerika. De stad ligt op meerdere steile hellingen die uitkomen in de Grote Oceaan en een natuurlijk amfitheater vormen. Afbeeldingsresultaat voor valparaiso
In de binnenstad vindt men veel architecturaal en cultureel erfgoed uit de 19e eeuw.
Een voorbeeld hiervan is de La Matríz-kerk uit 1842. De historische wijk van Valparaíso staat dan ook op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

In 2014 verwoestte een grote brand duizenden woningen in de stad. Het historische centrum bleef echter gespaard. Nota bene: In 1851 was Valparaíso de eerste stad in Zuid-Amerika met een vrijwillige brandweer.

terug naar boven

Puerto Montt

Historie

Op 4 maart 1969, bezette ongeveer 90 landloze arbeiders een braakliggend stuk grond om er huizen op te bouwen. Ondanks dat de plaatselijke politiechef Rolando Rodríguez Marbán de krakers had gerustgesteld dat er niet zou worden ingegrepen, gebeurde dit wel. De order hiertoe kwam van de minister van Binnenlandse Zaken Edmundo Perez Zujovic. Het uiteindelijke resultaat was dat alle nieuw gebouwde huizen tot de grond werden afgebrand en 11 krakers werden doodgeschoten.

Het bloedbad van Puerto Montt en de publieke verontwaardiging die daarop volgde, waren belangrijke factoren die bijdroegen tot de nederlaag van de partij van Eduardo Frei in de Chileense presidentsverkiezingen van 1970 en werd opgevolgd door Salvador Allende's Unidad Popular. De gebeurtenissen werden later beschreven door de zanger Víctor Jara in zijn lied Preguntas por Puerto Montt.

terug naar boven

Chaitén

Chaitén (Huilliche voor "watermand") is een havenstad en gemeente in de Chileense regio Los Lagos en het bestuurlijk centrum van de provincie Palena. De gemeente Chaitén telde 5.071 inwoners in 2017. De stad wordt gezien als een van de 'poorten' naar Patagonië.

De stad bevindt zich ten noorden van de monding van de rivier de Yelcha aan de Golf van Corcovado, die de stad scheidt van het eiland Chiloé.
Geschiedenis

Op 4 november 1885 werden in Calbuco de eerste landpercelen uitgegeven in het gebied waar de stad zich nu bevindt. Het zou echter nog tot 1933 duren alvorens de eerste huizen verschenen en er van een nederzetting kon worden gesproken. De naam van de plaats komt van de Huilliche-uitdrukking Chai-Chaitún, wat betekent "afgieten in een chaitún", een soort van mand. De plaats fungeerde als een uitvalsbasis voor het onderzoek van het lange tijd bijna ononderzochte binnenland van Palena, met name naar de kolonies bij het Yelchomeer, Futaleufú en het Palenameer (in Argentinië General Vinttermeer genoemd). In 1946 vestigde een afdeling van het Chileense leger zich in de plaats, met als doel een weg aan te leggen naar het Yelchomeer, om zo de voedselvoorziening voor de plaatsen daar te verbeteren. In die tijd telde de plaats enkele honderden inwoners en vond een grote migratie plaats naar Chaitén vanuit de eilandenarchipel Chiloé, met name vanuit Dalcahue. In 1959 werd Chaitén het bestuurlijk centrum van het departement Palena, dat in 1976, na bestuurlijke hervormingen, de status van provincie kreeg. In de jaren 80 werd de Carretera Austral geopend en kreeg de stad een aantal veerpontverbindingen, zoals naar de havenstad Puerto Montt, waardoor het isolement van de stad verminderde. Hierdoor begon de plaats zich vooral te richten op het toerisme, aangezien Chaitén op een gunstige plaats ligt als uitvalsbasis voor tochten naar Patagonië en de regio Aysén.

Vulkaanuitbarsting 2008
Chaitén door as bedekt

Door een uitbarsting van de tien kilometer verderop gelegen gelijknamige vulkaan op 2 mei 2008 is de hele stad geëvacueerd, waardoor deze veranderde in een spookstad. De vulkaan was voor het laatst ongeveer 9500 jaar geleden actief.[1]

terug naar boven

Coyhaique

Coyhaique, ook wel Coihaique, is de hoofdstad van de provincie Coyhaique in de regio Aysén in Chili. In 1929 werd de relatief jonge stad gesticht door de mensen die zich daar vestigden. Coyhaique wordt gezien als een van de mooiste landschappen in Patagonië. Het is omringd door de rivieren de Simpson en de Coihaique en door bergen die het gehele jaar met sneeuw bedekt zijn. De stad fungeert als een regionaal winkelcentrum en heeft een museum.

terug naar boven

Cochrane

Cochrane is een plaats en gemeente in Chili en is de hoofdplaats van de provincie Capitán Prat in de regio Aysén del General Carlos Ibáñez del Campo. Cochrane telde 3.490 inwoners in 2017.

(wikipedia engels)
Cochrane is a Chilean town and commune in Capitán Prat Province of the Aisén Region. According to the 2002 census it has a population of 2,867. The urban population in 2002 was 2,217 and the rural population was 650. Afbeeldingsresultaat voor cerro cochrane

Cochrane was founded in 1954 (as Pueblo Nuevo), but didn't have road access to the rest of Chile until 1988, when the Carretera Austral was opened. The town was later named Cochrane in honour of Thomas Cochrane, 10th Earl of Dundonald, a British naval captain and radical politician who was appointed the first Admiral of the Chilean Navy in 1818 and made a major contribution to winning independence for the young nation from Spain. Cochrane remains the southernmost town along the highway, with only a few villages south of it.

Nearby is the prominent peak of Monte San Lorenzo, also known as Cerro Cochrane.

terug naar boven

Villa O'Higgins

Villa O'Higgins is a small town in the AysénAfbeeldingsresultaat voor villa o higgins chile Region of southern Chile, located 220 km south of Cochrane and 550 km south of Coyhaique. Founded in 1966 and named after the Chilean independence hero Bernardo O'Higgins, it is the capital of the O'Higgins commune of Capitán Prat Province.

Villa O'Higgins is connected to the rest of Chile by the Carretera Austral (Southern Highway) – the final 120 km of which were completed southwards from Puerto Yungay in 2000 – and is the gateway to the Southern Patagonian Ice Field.
Facilities
The town has an airport, several guesthouses, a radio station, and a number of shops. In the summer (Dec-Feb) a regular boat service takes passengers from Villa O'Higgins across the O'Higgins / San Martín Lake to Candelario Mancilla, from where it is possible to cross the border into Argentina via a footpath (no road).

                                                      
De route van Villa O'Higgins naar El Chalten.

Terug naar boven

..
Informatie Zuid Amerika  ( uit vnl. wikipedia)  route door Argentinië
 
El Chalten naar San Pedro de Atacama 
     El Chalten

    El Calafate

    Bolson

    Mendoza

    Cordoba

    Salta

    San Pedro de Atacama

 


terug naar boven

Afbeeldingsresultaat voor argentinie

 

Route door Bolivia/Peru/Ecuador en Colombia

El Chaltén

El Chaltén is een plaats in het Argentijnse bestuurlijke gebied Lago Argentino in de provincie Santa Cruz dicht bij het Viedmameer. De plaats telt 324 inwoners.
El Chaltén is gelegen in het nationaal park Los Glaciares, aan de voet van de Cerro Torre en de Cerro Chaltén, ook Cerro Fitzroy genoemd, een bergtop waarnaar het bergdorp genoemd is.

   El Chalten

Laguna de Los Tres / Cerro Fitz Roy.        uit :  https://www.traveljunks.nl/argentinie/el-chalten/

Een hike van 13 kilometer, waarbij eigenlijk alleen de laatste kilometer loodzwaar is. Het is het echter 100% waard, het eindpunt is werkelijk schitterend. Maar niet alleen het eindpunt is een plaatje, de hele tocht is werkelijk schitterend. Je hebt continu zicht op de besneeuwde bergdorpen en op prachtige blauwe meren. Wij hebben de hike verspreid over twee dagen, waarbij we een nacht hebben gekampeerd op de gratis camping bij Laguna Capri. Deze vind je op ongeveer 6 kilometer op de route. De camping ligt letterlijk naast het water, waardoor je een geweldige rode zonsopgang over de bergen kunt zien door enkel je tentje open te ritsen. Er zijn geen faciliteiten op de camping, maar in El Chalten zelf kun je kampeerspullen huren voor zo’n 600 pesos. En die hoef je dus maar 6 kilometer mee te sjouwen.

El ChalténBehalve die zonsopgang zit er nog een ander voordeel aan overnachten in het park. Je start op tijd  met de rest van de hike, dus je bent rond een uur of tien ’s ochtends al bij het eindpunt. Je bent dan waarschijnlijk de enige. Op de weg naar beneden kwamen wij massa’s mensen tegen die ’s ochtends in het dorp waren begonnen met wandelen. Die waren we dus mooi voor gebleven.

Nog een klein tipje: als je denk dat je er bent, loop nog een piepklein stukje door naar de top van de heuvel links. Aanrader!

 

terug naar boven

El Calafate
 

El Calafate is een plaats in het Argentijnse departement Lago Argentino in de provincie Santa Cruz. Het is gelegen aan de zuidelijke oever van het Argentinomeer.

El Calafate telde 6.410 inwoners in 2001, maar als gevolg van de oprichting van een moderne luchthaven (Aeropuerto Internacional de El Calafate) in 2001, kende het toerisme en daardoor het bevolkingsaantal een spectaculaire groei. Men schatte het aantal inwoners tijdens het toeristisch seizoen van 2007 op 17.000.
Afbeeldingsresultaat voor el calafate
El Calafate heeft een steppeklimaat, volgens de klimaatclassificatie van Köppen BSk. De zomer is koel met enkele warme dagen en in het algemeen droog. De winters zijn kouder, met relatief iets meer neerslag. De ligging naast het grote meer heeft een matigend effect op de temperatuur. De koelste maand is juli met een gemiddelde temperatuur van 0,7°C en januari is het warmst met een gemiddelde van 13,1°C. Het is er droog, per jaar valt er iets meer dan 200 millimeter aan neerslag. Het aantal uren met zon is gemiddeld 2100 per jaar en dit komt zo hoog uit door het ontbreken van neerslag en dus ook bewolking.

De plaats is een toeristenoord, aangezien het dient als uitvalsbasis voor daguitstappen naar de ten westen gelegen gletsjers in het Nationaal park Los Glaciares, bereikbaar via Punta Bandera. De hoofdstraat van El Calafate is de Avenida del Libertador General San Martin.

terug naar boven

El Bolsón
 

El Bolsón is een plaats in Patagonië, in het Argentijnse departement Bariloche in het uiterste zuidwesten van de provincie Río Negro. De plaats telt 19.009 inwoners (2010).

Het dorpje ligt aan de voet van de berg Piltriquitron wat in Mapudungun "hangend aan de wolken" betekent. De vallei, van oorsprong glaciaal, loopt van noord naar zuid, het laagste punt is 337 m. boven zeeniveau en wordt doorkruist door de rivieren Azul en Quemquemtreu. Het dorp is omgeven door bebost berggebied. Sinds 1991 is de bevolking ruimschoots gegroeid.

Geschiedenis

Na de laatste ijstijd in het pleistoceen, zo'n 14.000 jaar geleden, toen het ijs zich terugtrok, konden de eerste mensen de bossen van de Andes in Patagonië bevolken. Studie van rotstekeningen wees uit dat de streek bewoond is sinds 11.500 jaar.

De eerste bewoners waren tsonek of chon (tehuelche), jagers / verzamelaars en nomade. Gewoonlijk verbleven ze 's winters in de meer beschutte gebieden in de bossen en meren. 's Zomers en in milde herfsten werd er het meest gejaagd, vooral op guanaco. Van voor de 16e eeuw weten we weinig. De mapuche hebben een grote invloed op de cultuur van de tsonek gehad, en de mapuche hebben zich sterk uitgebreid. Beide oorspronkelijke bevolkingen werden door de nieuwe cultuur vanuit Buenos Aires grotendeels uitgeroeid, verdrongen en overwonnen. Vooral tijdens de zogenaamde “verovering van de woestijn” door generaal Julio Argentino Roca.

Groepen die meewerkten of opgingen in de nieuwe orde opgedrongen door de Argentijnse strijdkrachten bewonen thans een behoorlijk gedeelte van het gebied van El Bolsón en het midden en westen van de provincies Neuquen, Rio Negro, Chubut en Santa Cruz. Vele gebruiken zijn verloren gegaan.

Kolonisten

Het eerste kapitaal voor de lokale economie kwam van de Syrische en Libanese handelaars. In de eerste decennia van de 20e eeuw reisden ze over de paden van de tehuelches, van de spoorweg in Ingeniero Jacobacci tot Lago Buenos Aires, met karren voortgetrokken door muildieren of paarden. De handelaren lopend, om zo meer waar te kunnen vervoeren. Ze sliepen in de open lucht, met et geld en de handelswaar bij elkaar en de dieren apart, als lokaas, want er waren veel bandieten. Butch Cassidy heeft jaren in het nabijgelegen Cholila gewoond en van daar uit trein- en bankovervallen geregeld. Toen de handelaars bekend waren met de routes en gewoontes van de drijvers en kolonisten en indianen in hun nederzettingen kwamen ze met wagens en vestigden ze zich strategisch op de kruispunten van paden en sporen. Deze eerste bouwsels van arabieren en Europeanen waar gegokt, gerookt en gedronken werd groeiden uit tot herbergen, barakken, winkels en tankstations, met woningen eromheen. De lokale economie werd opgezet met de verkoop van geïmporteerde goederen. Veel van de huidige handelaars zijn nazaten van deze kolonisten.

Bedrijvigheid

De voornaamste huidige pilaren van de lokale economie zijn toerisme en landbouw. Van belang zijn de grote hopplantages, fruit en de verwerking ervan, kruiden en hoge kwaliteit organische groente, paddestoelen, houtzagerijen en melkproducten. Het ambachtelijke werk wordt verkocht op de beroemde ambachtelijke markt in El Bolsón, elke dinsdag, donderdag en zaterdag. Van belang zijn ook de vele lokale ambachtelijke bierbrouwerijen.

Toerisme                                                                                                               El Bolsón gezien vanaf de Piltriquitrón.

Toerisme is in opkomst. Men kan overnachten in verscheidene berghutten of op campings in en rond het dorp. Naast de hotels en pensions zijn er ook veel huisjes te huur. Er kunnen tochten te paard gemaakt worden. Men kan in auto naar het platform op de Piltruiquitron waar met glijschermen gevlogen wordt. Vanaf het platform is het een kleine wandeling naar het bosque tallado, het gebeeldhouwde bos. Jaarlijks camperen hier beeldhouwers om in de aanwezige lenga's figuren te houwen. Vanaf dit openluchtmuseum is het nog een kleine wandeling naar de berghut. Iets verder is het naar de top (2260 m), vanwaar men aan de andere kant van de berg over de steppe uitkijkt. 's Winters kan men ook skiën op de Perito Moreno, 2294 m hoog. De grootste berghut op deze berg telt 60 slaapplaatsen. De Club Andino Piltriquitron geeft cursussen en organiseert tochten.

Er kan ambachtelijk bier geproefd worden bij veel van de lokale brouwerijen. In februari is er het jaarlijks feest van de hop.

Grote trekpleister is de regionale ambachtelijke markt. Verder is er nog een museum met opgezette vogels.

Er wordt in de buitenlucht geschaakt op een groot bord met gebeeldhouwde stukken. Er is jaarlijks een belangrijk schaaktoernooi. De plaatselijke schaakclub was de eerste met een website in Argentinië.

Immigranten

Door de grote toestroom van nieuwe bewoners, uit binnen- en buitenland, stroomt er ook veel geld in de lokale economie. Nieuwe huizen en bezigheden worden opgezet wat resulteert in een hoop werk en verkoop van materialen. Er is een grote groep laaggeschoolde arbeiders. Telefoon, internet en aardgas wordt aangeboden door coöperaties.

terug naar boven

Mendoza

Mendoza of Ciudad de Mendoza is een stad in het westen van Argentinië en de hoofdstad van de provincie Mendoza. Bij de volkstelling van 2001 had de stad bijna 111.000 inwoners. Daarnaast wonen er ongeveer 800.000 mensen in het grootstedelijk gebied.

Geschiedenis

De stad werd in 1561 gesticht door Pedro del Castillo en vernoemde de stad na de gouverneur van Chili DonGarcía Hurtado de Mendoza. Het gebied was reeds lange tijd bevolkt door de Huarpe en Puelche stammen. Vanuit de stad begon José de San Martín in 1813 de onafhankelijk heidsstrijd van Chili. In 1861 was er een verwoestende aardbeving die duizenden mensen doodde.

Tegen het einde van de 19e eeuw kreeg Mendoza een spoorwegverbinding met de hoofdstad Buenos Aires wat een einde maakte aan de geïsoleerde ligging. De reistijd tussen de twee plaatsen werd teruggebracht naar enkele dagen in plaats van maanden voor de spoorlijn gereed kwam. De groei van de stad kwam daarmee in een stroomversnelling.
Klimaat
Mendoza kent een woestijnklimaat, volgens de klimaatclassificatie van Köppen BWh of BWk. Er valt weinig neerslag, minder dan 200 millimeter per jaar. De meeste neerslag valt in de zomer tussen november tot maart. De winters zijn koud, maar omdat het een droge periode is valt er nauwelijks sneeuw.

terug naar boven

Córdoba
 

Córdoba is een stad in het centrum van Argentinië. De stad ligt in een vallei van de Sierras Chicas bergen aan de rivier de Suquía, ongeveer 700 kilometer ten noordwesten van Buenos Aires. Het is de hoofdstad van de provincie Córdoba en heeft een geschat inwoneraantal van meer dan 1.300.000 inwoners, waarmee het de tweede stad van Argentinië is. Het is een industrieel centrum, maar de binnenstad kent vele historische gebouwen uit het koloniale tijdperk.
Inhoud

Geschiedenis

Córdoba werd gesticht in 1573 door Jerónimo Luis de Cabrera, die het vernoemde naar de stad Córdoba in Spanje. Het was een van de eerste Spaanse koloniale hoofdsteden in Argentinië na Buenos Aires (1536) en Santiago del Estero (1553).
Kathedraal van de stad

Na de Tweede Wereldoorlog werd Córdoba een belangrijk centrum van de Argentijnse publieke en militaire luchtvaartindustrie. Córdoba kent vele historische monumenten uit de koloniale tijd, in het bijzonder het Jezuïetenkwartier. Dit was het hart van de voormalige jezuïetenprovincie van Paraguay en bevat belangrijke gebouwen zoals de universiteit, de kerk en residentie van de Society of Jesus, en het college. Samen met vijf estancia (boerenbedrijven) en een huizenblok met gebouwen uit de 17e eeuw laten ze de unieke overblijfselen zien van het religieuze, sociale en economische experiment dat gedurende 150 jaar in de 17e en 18e eeuw plaatsvond. Het werd in 2000 op de lijst van Werelderfgoederen van de UNESCO geplaatst.

Economie

Sinds de Tweede Wereldoorlog is Córdoba een belangrijk industrieel centrum. De belangrijkste industrieën zijn de productie van auto's (Renault, Volkswagen en Fiat), spoorwegindustie (Materfer) en luchtvaartindustrie (Fábrica Militar de Aviones). Tevens is er een aanzienlijke textiel- en chemische industrie.

Córdoba wordt alom gezien als het technologische centrum van Argentinië. Het Argentijnse Centro Espacial Teófilo Tabanera produceert en bestuurt satellieten. Ook de softwarebedrijven (Motorola, Vates, Intel en EAfbeeldingsresultaat voor plaza san martin cordoba argentinalectronic Data Systems) zijn er gevestigd.

Monumenten

Córdoba kent een groot aantal historische gebouwen en trekt daardoor veel toeristen aan
. In het centrum ligt het Plaza San Martín, waaraan de Kerk van de Jezusgemeenschap, de Iglesia Catedral met daarachter het klooster van Santa Catalina de Siena ligt. In de kathedraal staat een bekend altaar, opgetrokken uit zilver. De ornamenten zijn alle van goud en op het dak zijn Bijbeltaferelen geschilderd. Een ander belangrijk gebouw is de Cabildo (koloniale bestuursgebouw), naast de kerk.
Ook is er de universiteit de Universidad Nacional de Córdoba. Er zijn diverse musea.
terug naar boven

Salta

Salta is een stad in het noordwesten van Argentinië en is de hoofdstad van de gelijknamige provincie. De stad ligt tegen het Andes-gebergte aan.

In 2015 telde men er 608.400 inwoners, waarmee het de zesde stad van het land is. De stad ligt in de Lerma Vallei op 1.152 meter hoogte. Het klimaat is warm en droog met een gemiddelde temperatuur van 16,4 °C (20,4 °C in de zomer, 10,8 °C in de winter). Januari en februari zijn de maanden met de meeste neerslag.

Bezienswaardigheden

De stad heeft als bijnaam 'la Linda' of 'de schone' en wordt jaarlijks bezocht door vele tienduizenden toeristen, aangetrokken door de indrukwekkende koloniale gebouwen, zoals de 18e-eeuwse Cabildo, de kathedraal, en het Plaza 9 de Julio stadspark. Er zijn meerdere musea, waaronder het Museo de Alta Montaña, dat drie Inca kinderlichamen huisvest die in de nabijheid van Mount Llullaillaco gevonden zijn.

Salta is ook het vertrekpunt van de Tren a las Nubes, de Trein naar de Wolken met belangrijke toeristische bestemmingen.
what to eat in salta argentina
Het betreft een treinrit van 172 km, die leidt naar het hoogste punt op 4220 m.
De rit neemt bijna negen uur in beslag.

Geschiedenis                                                                                        Locro soep

Salta werd gesticht op 16 april 1582 door de Spaanse ontdekkingsreiziger
Hernando de Lerma, als tussenstop tussen Lima in Peru en Buenos Aires.

Het maakte tot 1776 deel uit van het Onderkoninkrijk van Peru. Daarna ging de stad  over naar het Onderkoninkrijk van de Río de la Plata.                                                           

Gedurende de onafhankelijkheidsoorlog werd de stad een militair strategisch punt tussen Peru en Argentinië. Tussen 1816 en 1821 werd de stad bestuurd door de lokale militaire leider generaal Martín Miguel de Güemes, die onder bevel van generaal José de San Martín de stad verdedigde tegen Spaanse legers uit het noorden.

Als gevolg van deze oorlog was Salta grotendeels verwoest en was ze praktisch failliet. Als gevolg van de aanleg van een spoorlijn en de aankomst van Italiaanse, Spaanse en Arabische immigranten aan het einde van de 19e eeuw, bloeide de stad langzaam weer op. De handel en landbouw floreerden en de stad kende een economische bloei binnen een multiculturele sfeer.

Vooral in het midden van de twintigste eeuw kende de stad een explosieve groei, met een stijging van het bevolkingsaantal van 115.000 inwoners in 1960 tot 550.000 eind 2010.
terug naar boven

San Pedro de Atacama
 

San Pedro de Atacama is een gemeente in de Chileense provincie El Loa in de regio Antofagasta. San Pedro de Atacama telde 10.996 inwoners in 2017 en heeft een oppervlakte van 23.439 km².

De stad is gebouwd rondom een oase in de Atacama-woestijn. San Pedro de Atacama ligt op een plateau op 2500 meter boven zeeniveau.

Tegenwoordig vormt het toerisme een voorname bron van inkomsten. Het is een toeristisch trekpleister omdat het een van de droogste plekken op aarde is met bijzondere ecosystemen. Afbeeldingsresultaat voor san pedro de atacama

Enkele trekpleisters zijn:

geisers van El Tatio,
de Atacama-zoutvlakten,
de Salar de Atacama, het grootste zoutmeer van het land,
de Maanvallei,
de Dodenvallei en
de Licancabur-vulkaan.
terug naar boven

...

Informatie Zuid Amerika  ( uit vnl. wikipedia)  route door Bolivia/Peru/Ecuador en Colombia
 
San Pedro de Atacama  naar Bogota

terug naar boven


 


Uyuni

Potosi

La Paz

Puno

Arequipa

ica/huacachina

lima

trujillo/Huanchaco

chachapoyas



info Bolivia


kualep  

chachapoyas

mancora

Guayaquil

Baños de Agua Santa

Quito

Ipiales

san augustin

popayan

cali

bogota

View over Kuelap

   New Cable Cars Kuelap 
Kabelbaan bij  Kualep

 https://www.peruhop.com/kuelap-new-cable-car/

Salar de Uyuni

Salar de Uyuni is met een oppervlakte van 10.582 km2[1] de grootste zoutvlakte van de wereld. Het bevindt zich in het departement Potosí, in het zuidwesten van Bolivia op een hoogte van 3650 meter op het Hoogland van Bolivia, in de Andes nabij de stad Uyuni.

Ongeveer 40.000 jaar geleden was deze vlakte een deel van het Minchinmeer, een reusachtig prehistorisch meer. Toen het meer opdroogde, bleven twee meren over (Poopomeer en Uru Urumeer), en twee grote zoutvlakten (Salar de Uyuni en Salar de Coipasa).
Inhoud

Fauna

In november is Salar de Uyuni ook de broedplaats van drie soorten Zuid-Amerikaanse flamingo's:

Chileense flamingo's
Andesflamingo's
James' flamingo's

 

Economie                                                                                                                                  Spiegeling bij natte zoutvlakte
Er wordt geschat dat het meer dan 10 miljard ton zout bevat, waarvan ongeveer 25.000 ton
jaarlijks weggehaald wordt.

Salar de Uyuni is ook een belangrijke toeristische trekpleister: er worden één- tot vijfdaagse trips per jeep georganiseerd die onder andere een hotel aandoen dat volledig gemaakt is uit zout. Ook worden verschillende zogenaamde eilanden, dit zijn rotspunten die boven de zoutvlakte uitsteken, bezocht. Dit zijn onder andere het centraal gelegen Isla Incahuasi met een oppervlakte van ongeveer 2 km² en het Isla del Pescado. Er groeien grote cactussen van de soort Trichocereus pasacana, waarvan de grootste wel 12 meter hoog is. Kolibries overbruggen veertig kilometer om hier honing te komen halen.
terug naar boven

Potosí

UNESCO-werelderfgoedlijst

Potosí is een stad in Bolivia, in het gelijknamige departement. Deze stad dankt zijn ontstaan aan de ontdekking van zilvererts in de Cerro Rico (Rijke Berg) in 1544. De stad Potosi ligt zeer hoog (4090 meter) en claimt de titel van hoogste stad ter wereld. Anno 2006 had de stad circa 140.000 inwoners.

Potosí werd in april 1545 gesticht onder de naam "Villa Imperial de Carlos V" door Juan de Villarroel. De stad heeft geprofiteerd van de ontdekking van zilver tussen 1542 en 1545 in de Cerro de Potosí, de berg ten zuiden van de stad. De zilverertswinning vond plaats met behulp van watermolens waarvoor een watersysteem van aquaducten en kunstmatige meren werd aangelegd. Het zilvererts werd direct op grote schaal ontgonnen, om als zilver naar Spanje te worden verscheept. Zeer waarschijnlijk is een groot deel van de "Zilvervloot", die Piet Hein op de Spanjaarden buit maakte, uit Potosí afkomstig.

Omstreeks 1672 was de bevolking naar bijna 200.000 zielen gestegen en werd de stad met zijn vele kerken een van de grootste en rijkste van Zuid-Amerika. Er werd zelfs een Munthuis opgericht, de "Casa de Moneda", om het zilver ter plaatse tot munten te slaan. Ook kwamen er waterreservoirs om de dorst van de uitdijende bevolking te lessen.

Gedurende de eerste helft van de 19e eeuw zorgden de onafhankelijkheidsoorlogen voor een verval van de stad: veel rijkdommen werden naar Europa verscheept. Bij de onafhankelijkheid in 1825 was de bevolking van Potosi afgenomen tot minder dan 10.000. Tegen die tijd waren ook de mijnen van de Cerro Rico bijna uitgeput. De val van de zilverprijs in het midden van de 19e eeuw, gaf de economie van Potosí de genadeslag.

In de jaren 1980 werden alle staatsmijnen gesloten en gingen de mijnwerkers over op een systeem van coöperaties, waarbij de mijnwerkers onder zelfbestuur voor stukloon werken. Het erts wordt gewonnen en verwerkt tot een poeder van zink, lood en zilver, dat geëxporteerd wordt. Naast de mijnbouw heeft Potosí geen andere industrie. De stad wordt steeds afhankelijker van het toerisme en mijnwerkers verdienen wat bij door toeristen rond te leiden in de mijnen.

In 1987 verklaarde de UNESCO de stad Potosí tot "Werelderfgoed" vanwege zijn rijke historie en de koloniale architectuur.

terug naar boven

La Paz
 
La Paz is departementale hoofdstad van het departement La Paz en de administratieve hoofdstad van het land Bolivia. Bij de volkstelling van 2001 had de stad La Paz een bevolking van ongeveer één miljoen.[bron?] La Paz ligt in een kloof, beneden een vlakte, op een hoogte van 3600 meter aan de rivier La Paz. Boven op de vlakte ligt de stad El Alto met de internationale luchthaven van La Paz, ook El Alto genaamd. La Paz wordt frequent aangezien voor de hoogst gelegen hoofdstad ter wereld, maar de officiële hoofdstad van Bolivia is Sucre.

De stad werd in 1548 gesticht door Alonso de Mendoza op de plaats van de inheemse nederzetting Chuquiago en heette oorspronkelijk Nuestra Señora de la Paz (Onze Lieve Vrouwe van de Vrede).

La Paz werd in 1898 de de facto zetel van de nationale overheid. Deze verandering was het gevolg van de overgang van de Boliviaanse economie afhankelijk van de grotendeels uitgeputte zilvermijnen van Potosí naar de exploitatie van tin dicht bij Oruro, en op de resulterende veranderingen in de distributie van de economische en politieke invloed van de diverse nationale elites.La Paz

 

Bereikbaarheid

La Paz is te bereiken met de bus vanuit alle grote Boliviaanse steden maar ook vanuit Chili en Peru. Vanaf La Paz loopt er een weg naar Oruro van waaruit Sucre, Potosí en het zuiden van het land te bereiken zijn. Ook Cochabamba, Santa Cruz de la Sierra, Tiwanaku (bij het Titicacameer) en Cuzco in Peru zijn goed bereikbaar. Ook lopen er routes over de beroemde Yungasweg over de Andes.

Binnen de stad La Paz bestaat sinds 2014 een netwerk van kabelbanen met de naam Mi Teleférico (oftewel: mijn kabelbaan). Anno 2015 zijn er drie lijnen in gebruik en zes andere lijnen zijn nog gepland. De lijnen zijn gebouwd door het Oostenrijkse en Zwitserse Doppelmayr-Garaventa en verbinden onder andere de stad met El Alto.

Voetbal is de belangrijkste sport in Bolivia. La Paz speelt een hoofdrol in het Boliviaanse voetbal. Met recordkampioen Club Bolívar en The Strongest komen de meest succesvolle clubs van het land uit deze stad. Beide clubs spelen doorgaans in het Estadio Hernando Siles. Dit stadion fungeert eveneens als thuisbasis van het Boliviaans voetbalelftal. Het spelen van internationale wedstrijden in Estadio Hernando Siles is niet onomstreden. Doordat het stadion 3.637 meter boven zeeniveau ligt, zijn buitenlandse tegenstanders vaak onvoldoende voorbereid en geacclimatiseerd. Dit geeft het Boliviaans nationaal elftal een enorm thuisvoordeel.


terug naar boven

Puno

 

Puno, ook San Carlos de Puno is een stad in de gelijknamige provinci en de gelijknamige regio van Peru.
Puno ligt op 3.860 meter boven zeeniveau aan de oevers van het Titicacameer en telt 141.000 inwoners.
Puno heeft een haven van waaruit men naar Bolivia kan varen of naar de eilanden Taquile, Amantaní en het schiereiland Capachica. 18 km.,
 ten zuidoosten van Puno ligt het dorp Chucuito.

 



terug naar boven


Arequipa

UNESCO-werelderfgoedlijst

Arequipa is de tweede stad qua inwonertal in Peru (na Lima/Callao) met 870.000 inwoners (2015). De stad ligt in het zuiden van het land, 1000 km verwijderd van Lima, op een hoogte van 2325 meter boven zeeniveau en ongeveer 300 kilometer ten noorden van de grens met Chili. De Plaza de Armas wordt als een van de mooiste van Peru bevonden; de kathedraal en de talrijke koloniale gebouwen sieren het plein.
Inhoud

Oorsprong naamgeving

Over de oorsprong van de naam bestaat enige onduidelijkheid. De volgende verschillende verhalen doen de ronde:

Het volk van de Aymara heeft de naam verzonnen. In hun taal betekent ari namelijk berg en quipa betekent ligt achter. Arequipa is dus de plaats die achter de berg ligt. Met de berg wordt hier de vulkaan Misti bedoeld.
De vierde leider van de Inca's, Mayta Capac, reisde eens door de vallei. Hij was gecharmeerd van de omgeving en beval zijn gevolg te stoppen, waarbij hij Ari, quipay uitriep, te vertalen als Ja, hier blijven wij.

Arequipa wordt ook wel "De Witte Stad" genoemd, omdat veel gebouwen zijn opgetrokken uit het zilverwitte tufgesteente, sillar genaamd, dat door de vulkaan Misti is uitgestoten.
Santa Catalina klooster

Midden in Arequipa ligt het Santa Catalina klooster, gesticht op 2 oktober 1580 met de bedoeling de dochters van de voornaamste families van de stad te beschermen. Het klooster is een aparte wijk in de oude binnenstad vol kleine straatjes en pleintjes met huizen in rode en blauwe kleuren. Het klooster was compleet afgesloten voor de buitenwereld, maar vanaf 1970 is het toegankelijk. Een gedeelte van het twee hectare grote gebied wordt nog bewoond door nonnen.
Klimaat

In Arequipa heerst er een gematigd Andesklimaat: Overdag is het vrij warm, droog en zonnig maar de nachten zijn erg koud. Hierbij speelt de zeldzame bewolking overdag een grote rol.
Aardbevingen en vulkaanuitbarstingen
De stad ligt in een actief gebied van vulkanen en aardbevingen. Arequipa wordt gedomineerd door 3 grote vulkanen: de Misti, de Chachani en de Pichu Pichu. In 1600 is de stad totaal verwoest geweest door een uitbarsting van de Huaynaputina. Grote aardbevingen hebben plaatsgevonden in 1687, 1868, 1958, 1960 en in 2001. Om deze redenen vindt men voornamelijk laagbouw in de stad
.
terug naar boven

ica/huacachina

Ica

Ica is een stad in het zuiden van Peru, 200 kilometer ten zuidzuidwesten van de hoofdstad Lima. De stad heeft 244.000 inwoners en ligt in de gelijknamige provincia en de gelijknamige regio van Peru. De stad werd in 1563 gesticht door Gerónimo Luis de Cabrera. Ze heette toen nog Villa de Valverde.

De streek rond Ica wordt gekenmerkt door haar druiventeelt. Bekende producten zijn dan ook de traditionele Peruaanse drank Pisco en wijn. Toeristische attracties zijn onder meer enkele wijngaarden, een 18e-eeuwse kathedraal en het regionaal museum Maria Reiche. Dat stelt onder andere gebruiksvoorwerpen en schedels tentoon uit de Nazca-, Inca- en Paracascultuur. Enkele mummies bewijzen het gebruik van trepanaties voor de koloniale tijd. Daarnaast herbergt het museum een enorme collectie aan prehistorische gegraveerde stenen en potten en meubels, schilderijen en gebruiksvoorwerpen uit de post-koloniale tijd.

Daar de regio erg neerslagarm is, en omringd is door woestijn, kan wijn alleen verbouwd worden door middel van irrigatie. De eerste irrigatiekanalen stammen uit de Incaperiode en zijn meer dan 500 jaar oud.

In de buurt van de stad Ica werden stenen gevonden met merkwaardige, ingegraveerde voorstellingen. Deze stenen worden ook wel de stenen van Ica genoemd.

Huacachina

Huacachina is een woonkern (pueblo) in het distrito Ica in de gelijknamige provincia en de gelijknamige regio in het zuidwesten van Peru. Het dorpje heeft, volgens een onderzoek uit 1999, 115 inwoners.
Afbeeldingsresultaat voor huacachina peru

Ligging

Huacachina is gebouwd bij een oase, genaamd de "Oase van Amerika". Het dorp is erg gericht op toerisme, voornamelijk door de faciliteit zandborden. Er is de mogelijkheid om de geheel omringde zandduinen te beklimmen, door middel een buggy of te voet, en naar beneden te surfen per snowboard. Deze duinen zijn tot honderd meter hoog. Op het water van de oase is er de mogelijkheid om te waterfietsen. Rondom zijn allerlei winkels en restaurants, gericht op toerisme.

terug naar boven


Lima

UNESCO-werelderfgoedlijst

Lima is de hoofdstad van Peru en tevens de grootste stad van het land. In 2017 telde de stad ongeveer 9.752.000 inwoners, ongeveer 2 miljoen meer dan tien jaar eerder. De stad, specifieker benoemd als Lima Metropolitana en door de Spanjaarden gesticht als Ciudad de los Reyes, is tevens hoofdplaats van de provincie Lima. Samen met het naburige Callao is het de grootste stedelijke agglomeratie van het land met ongeveer elf miljoen inwoners (in 2017). Lima-Callao is tevens de grootste stedelijke agglomeratie van de Zuid-Amerikaanse westkust.
Inhoud

Geschiedenis

Lima werd op 18 januari 1535 gesticht door Francisco Pizarro, onder de naam La Ciudad de Los Reyes (de "Stad van de Koningen"). De naam Lima is afkomstig van het Quechua woord Rimac ("Spreker"), hetgeen ook de naam is van de rivier die door Lima loopt. Pas in de 16e eeuw kreeg de stad deze naam.

De stad werd al snel een van de belangrijkste bases van de Spaanse overheersing in Peru. De 16e-eeuwse kathedraal op de centrale plein (het Plaza de Armas, ook Plaza Mayor genaamd) is daaraan een herinnering. Gedurende de Spaanse koloniale overheersing was Lima in cultureel opzicht een belangrijke stad in Zuid-Amerika. Ook was een groot deel van het koloniale bestuur gevestigd in Lima. De dichtbijgelegen haven Callao was een belangrijke doorvoerplaats voor goederen die van en naar Spanje vervoerd werden. Tot aan de binnenlanden van Argentinië was dit de belangrijkste haven.

Vanaf de 18e eeuw kreeg Lima te maken met een teruggang. In 1746 werd een groot deel van de stad door een aardbeving verwoest, waarbij duizenden mensen het leven verloren. De onafhankelijkheidsoorlogen en daarna de bezetting door Chili van 1881 tot 1883 veroorzaakten een uittocht uit de stad.

Aan het begin van de 20e eeuw telde de stad 140.000 inwoners. De infrastructuur werd matig verbeterd, maar nog lang niet voldoende en zoals in veel landen in Latijns-Amerika oefende de stad een grote aantrekkingskracht uit op mensen van het platteland, die erheen verhuisden om hun geluk te beproeven. De urbanisatie in Peru werd nog eens versterkt door de onveilige situatie op het platteland, door geweldadige acties van de maoïstische guerillabeweging Sendero Luminoso. Ondanks haar kleine afmetingen, is deze provincie aan het begin van de 21ste eeuw nog steeds de grootste industriële en economische 'krachtcentrale' van de Peruaanse economie. Een groot deel van het BNP is hier geconcentreerd.

Eind 20e eeuw werd vervuiling van het milieu een belangrijk probleem in Lima. Om een alternatief te bieden voor het drukke stadsverkeer werd halverwege gestart met de bouw van een metro. De metro van Lima kent momenteel één lijn met een lengte van tien kilometer; aan een tweede metrolijn wordt nu al hard gewerkt. De metrotreinen rijden om de 5 à 8 minuten. De stad kent veel industrie, en voor de bijna 10 miljoen bewoners zijn er geen beperkingen wat betreft de ouderdom of de vervuilingsgraad van hun voertuigen. Vanwege het openbare vervoer van bussen, taxi's en personenauto's is de infrastructuur achtergebleven, hierdoor zijn er enorme files ontstaan, zowel in als buiten de stad. Sinds 2006 worden er leningen verstrekt om taxi's om te bouwen op natuurlijk gas dat in het Amazonebekken van Peru gewonnen wordt.

In 1988 werd het historisch centrum van Lima opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Op 29 december 2001 ontstond er in dit historisch centrum een grote brand. In een gebouwencomplex met winkels en woningen stak een verkoper in een vuurwerkwinkel een stuk vuurwerk aan om het aan een klant te demonstreren. Daardoor vatte het andere vuurwerk in de winkel vlam, waarna het vuur oversloeg naar bebouwing in de buurt. Bijna 300 mensen kwamen om en een groot aantal van de historische panden raakte beschadigd; vanaf dat moment was het vele jaren verboden om vuurwerk tijdens Kerst en Oud en Nieuw af te steken. Sinds 2012 wordt het weer toegestaan.

In juni 2011 lieten de vertrekkende president Alan Garcia en het Braziliaanse bouwbedrijf Odebrecht een 37 meter hoog witstenen Christusbeeld verrijzen op de Mooro Solar, de Zonneheuvel ten zuiden van de baai waaraan Lima ligt. Het beeld kijkt uit over de Stille Oceaan en wordt dan ook wel de Christo Pacifico genoemd.

Bezienswaardigheden

De kerk en het klooster van San Francisco met daaronder catacomben waar naar schatting 25.000 mensen begraven zijn toen Lima nog geen begraafplaats had. De grotere botten zijn in de 20ste eeuw gesorteerd door archeologen en liggen in de oorspronkelijke graven die regelmatig geruimd werden om de botten in een diepe put te werpen, zodat de graven zelf konden worden hergebruikt.[1]
Het plein Plaza San Martin genoemd naar José de San Martin met zijn standbeeld als ruiter.

Geografie en klimaat

Lima ligt in het dal van de rivier de Rimac, aan de kust van de Grote Oceaan. Lima's klimaat is vochtig maar subtropisch mild, zonder extreme hitte of koude. De centrale kust van Peru toont een reeks van microklimaten vanwege de Humboldtstroom. De gemiddelde jaarlijkse temperatuur is 18,5° C tot 19° C met een maximale jaarlijkse zomertemperatuur van ongeveer 29° C. De zomer duurt van december tot april, met temperaturen variërend tussen 28° C en 21° C. De winter duurt van half juni tot september, met temperaturen variërend tussen de 19° C en 12° C. De laagste temperatuur die tot nu toe werd geregistreerd was 5° C. De hemel is gedurende de winter bewolkt, in de zomer is er meestal een heldere lucht waarneembaar. Lima heeft ook verschillende districten waardoor daar ook verschillende temperaturen in de winter en zomer voorkomen.

De relatieve luchtvochtigheid is zeer hoog (100%), wat leidt tot aanhoudende mist in juni en in de zomer. De regenval is bijna nihil. Lima heeft slechts 1284 uren zonneschijn per jaar. Juli heeft gemiddeld slechts 28,6 uur zonneschijn, en januari 179,1 uur. Dit zijn gezien de geografische ligging uitzonderlijk lage waarden.
terug naar boven


Trujillo/Huanchaco

Trujillo (Peru)
Afbeeldingsresultaat voor trujillo

Trujillo is een stad in de gelijknamige provincia in de La Libertad-regio van Peru, gelegen in het noordwesten. De havenstad heeft in 2015 800.000 inwoners en is daarmee de derde stad van het land (na Lima/Callao en Arequipa).

De stad werd door Francisco Pizarro, de veroveraar van Peru, gesticht in 1534 en genoemd naar zijn geboorteplaats in Spanje. Vijf kilometer van Trujillo bevinden zich de ruïnes van Chan Chan, de vroegere hoofdstad het Chimú-rijk. Ten noorden van de stad, in de vallei van de Chicama, zijn reliëftekeningen gevonden in het complex El Brujo uit de Mochica- of Moche-cultuur. Ook uit de Moche-cultuur afkomstig zijn de zonne- en maantempels Huaca del Sol en Huaca de la Luna, die op 5 kilometer van de stad liggen.

In Trujillo is een grote visverwerkende industrie. De meeste bewoners van Trujillo zijn indianen. Er is een archeologisch museum met aardewerk van Chimúcultuur en Mochicacultuur. Gebouwen uit de koloniale tijd zijn bijvoorbeeld de kathedraal (uit 1666, herbouwd in de 18de eeuw).

Huanchaco


Huanchaco is a popular v
acation beach town in the city of Trujillo, Peru. Huanchaco is known for its surf breaks, its caballitos de totora and its ceviche, and is near the ancient ruins of Chan Chan. Huanchaco was approved as a World Surfing Reserve by the organization Save The Waves Coalition in 2012.
This historic town is part of the tourist circuit called the "Moche Route" or "Ruta Moche".



terug naar boven

Chachapoyas, Peru
 

Chachapoyas is a city in northern Peru at an elevation of 2,335 meters (7,661 ft). The city has a population of approximately 20,279 people. Situated in the mountains far from the Peruvian coast, Chachapoyas remains fairly isolated from other regions of Peru. Hikers and adventurers can visit the Chachapoya region [2] There is daily service by bus to Chiclayo and Cajamarca. The bus from Chiclayo is an overnight bus but to Cajamarca due to the difficult and winding roads the bus only goes during the day. The city is served by Chachapoyas Airport.

The city of Chachapoyas is the capital of the Amazonas Region. It was founded on September 5, 1538 by the Spanish conquistador Alonso de Alvarado "and his twenty". Local agriculture includes sugar cane, orchid and coffee growing. Chachapoyas' transitional location between the arid Cordillera Occidental and Cordillera Central and the rainy, rainforested Cordillera Oriental, allow it to receive generally moderate annual precipitation without experiencing the copiously excessive, tropical-rainforest-like precipitation amounts in towns farther east such as Moyobamba.

History

Named San Juan de la Frontera de los Chachapoyas, the city was first established near La Jalca, and then near Levanto. The city's original locations were abandoned due to climate, disease and a lack of defenses against rebelling local groups. The location of the city changed several times, until it was settled in the place that it now occupies at 2334 m. At first the date of settlement had not been specified. It is believed that the Spanish colonials moved the city to its present location in 1545.

The city still preserves its wide colonial casonas of big courts and lounges, with roofs made of tiles. Its Plaza de Armas is located to the west of the city and it is a perfect quadrilateral of 100 m. per side. Located on the south side of the plaza is a monument to the Hero of Arica, colonel Francisco Bolognesi.

From the viceroyalty period dates the legend that the Indian chief Pantoja asked the viceroy for permission to put a gold roof in his house. This and other treasures would be hidden in one of the 40 caves that surround the city

At one time there was a lagoon surrounded with totoras (a type of bulrush) and palm trees. From these plants, wood was extracted to build the temples of the city. The Kuélap stadium now stands this location.

Geography

From the route of Bagua towards the Mayo River and Huallaga Central, a branch detaches itself, following the course of the Utcubamba River and leading to Chachapoyas.

The city's geographical location has determined its isolation until recently, when better roads were constructed between Chachapoyas and the cities of the northern Peruvian coast. Chachapoyas is surrounded by extensive and matted wooded formations. During the rainy season, these formations are covered with a thick haze, from which the city's name may be derived (from the Quechua word: sachapuyos, meaning "mount of haze"). Another interpretation of the name Chachapoyas is the one that alludes its meaning of "strong male".

Climate

In this part of Peru, located in the eyebrow of the jungle, the climate is subtropical highland but ever humid, described by the Köppen climate classification as Cfb, with an average temperature of 18 °C and an average relative humidity of 74 percent. However, in some areas the temperature can drop to 2 °C. Chachapoyas has a temperate climate and is moderately rainy. The annual average of maximum and minimum temperature (period 1960-1991) is 19.8 °C and 9.2 °C, respectively. Annual average precipitation accumulated for period 1960-1991 is 777.8 mm.

Jiron Triunfo is the street which links the three principal plazas of the city. It is called by this name because the victorious Chachapoyans of the Higos Urco battle entered the city through here[citation needed] Chacapoyas' transitional location between the arid Cordillera Occidental and Cordillera Central and the rainy, rainforested Cordillera Oriental, allow it to receive a generally moderate annual precipitation amount without receiving the copiously excessive, tropical-rainforest-like precipitation amounts farther east in towns such as Moyobamba.
terug naar boven


Kuélap
 

Kuélap or Cuélap is a walled settlement located in the mountains near the towns of María and Tingo, in the southern part of the region of Amazonas, Peru. It was built by the Chachapoyas culture in the 6th century AD on a ridge overlooking the Utcubamba Valley.
Contents

Location

Kuélap is located on a limestone ridge on top of a mountain at an elevation of 3000 metres, on the left bank of the Utcubamba River.
It belongs to the district of Tingo, Luya Province, Amazonas. The area is covered with cloud forests, with a variety of trees, orchids and epiphytes. The protected zone covers an area of 218.33 ha (2.18 km2) and a buffer zone of 609.67 ha (6.10 km2), both protecting about 12 archaeological sites and the main site of Kuélap.

Architecture

Kuélap is a walled settlement built in a north-south orientation, 584 m long and 110 m in its widest part, making up an area of ca. 6 hectares. The walls are 10 to 20 m high with masonry of limestone blocks finely worked (some blocks may weigh 3 tons).

The city has 3 entrances, 2 to the east and the other one to the west. The main entrance has a trapezoid shape and may have had a corbel arch; it becomes narrower until it allows the passage of one person.

There are over 550 structures in the site, circular except for 5 of them (which are rectangular or squared); only the foundations or walls of these structures remain, some of them up to 2 meters high and 50 cm thick. Some walls have friezes of rhomboid and zig-zag shapes, which are protected from the rain by cornices. A few of the structures have been restored.

On the southwestern part of the settlement, there is a 5.5 meters high structure known as El Tintero (Spanish for inkwell) or Templo Mayor (Spanish for main temple) which has the shape of an inverted cone; ceremonial archaeological remains have been found there and it is hypothesized that the building may have been used as a solar observatory.

In the northwestern part, there is a sector known as Pueblo Alto (Spanish for high town), with a wall of 11.5 meters high, which is accessed by two narrow entrances. North of Pueblo Alto, a tower-like structure named Torreón (Spanish for tower) rises up to 7 meters and may have been used for defensive purposes as stone weapons have been found there.

At Kuélap, many stones have reliefs with anthropomorphic, zoomorphic and geometric designs.[1] In addition, numerous burials have been found both in the walls and inside the circular structures.

There are also water canals made of stone, which it is believed to have supplied water to the settlement from a spring at the top of the mountain.


History
Early history

Human occupation at the site starts in the 5th century AD, but the majority of structures were built between 900 and 1100 AD. The city may have had some 300 000 inhabitants, but was abandoned in 1570 due to the Spanish Conquest. As a consequence the city deteriorated and was covered by tree roots.

Modern history

Kuélap was accidentally rediscovered in 1843, by Juan Crisóstomo Nieto, a judge from the city of Chachapoyas. Then, in 1870, Antonio Raimondi made a survey of the site.

In 1939, French general Louis Langlois studied the site and wrote a detailed description of the main buildings. Explorer Charles Wiener visited the site in 1881. Kuélap was also studied by archaeologists Adolf Bandelier (1940); Ernst Middendorf (1887); spouses Henry and Paule

terug naar boven

Land van de Chachapoyas

Een reis naar Peru gaat meestal naar het zuiden. Terwijl het noorden minstens zulke bijzondere schatten herbergt.

Eeuwenlang wisten alleen de locals dat-ie er was: de Gocta-waterval. Hij ligt verscholen in de jungle van het Peruaanse deel van de Amazone, 700 kilometer ten noorden van hoofdstad Lima. De bewoners van het dorpje Cocachimba, in de provincie Chachapoyas, kijken er recht op uit. Na een fikse regenbui horen ze het gedonder in de verte aanzwellen. Sirenes en demonen spoken rond in de vallei waar het water neerstort - daar spot je niet mee.

Het was aan een nuchtere Duitser om samen met een paar minder bijgelovige lokale gidsen de eerste officiële expeditie te ondernemen naar de voet van de waterval. Elf jaar geleden pas is daarom het bestaan wereldkundig gemaakt van wat beschouwd wordt als de op twee na hoogste waterval op aarde, 771 meter in twee drops.

Het inmiddels goed begaanbare pad is nog allerminst platgetreden. De tocht naar de waterval duurt een uur of twee, en kan deels per paard afgelegd worden. Het zijn stugge beestjes die voortgetrokken worden door begeleiders. Het voelt wat toerist-op-kameel en het gaat stapvoets. Maar in dit hooggelegen gebied scheelt het flink wat hijgen (niet voor de begeleider) en het stelt je in staat de omgeving optimaal in je op te nemen. De laatste 2 kilometer trippelen twee honden gezellig mee.

De kracht waarmee het water neerkomt, veroor­zaakt een stormachti­ge verplaat­sing van lucht; je pet waait ervan af

Eten en drinken
Ceviche, rauwe vis gemarineerd in limoensap met chilipepers en ui. Het staat op nagenoeg elke menukaart.

Cavia is de nationale lekkernij van Peru. Zie je cuy (spreek uit: koei) op de kaart staan, dan weet je dat je het favoriete huisdier van je kind geserveerd krijgt, met voortandjes en al.

Afbeeldingsresultaat voor gocta waterfall peruWie vertrekt als de zon net is opgekomen, ontmoet op de terugweg pas de eerste
andere wandelaars. In het woud leven de bergluiaard, de rotshaan (cock of the rock,
de nationale vogel, een nogal luidruchtig dier) en de geelstaart wolaap. Dat ze zich
niet altijd laten zien, wordt goedgemaakt door uitbundig junglegroen, prachtige vergezichten en bloemen en vlinders in alle kleuren.

Aan de voet van de waterval aangekomen, is het niet moeilijk voor te stellen waarom
de Chachapoyas geïntimideerd waren door de plek: kaal, donker en mistig, het geraas
 dat steeds oorverdovender wordt naarmate je dichterbij komt. De temperatuur zakt ineens met een graad of 10. De kracht waarmee het water neerkomt, veroorzaakt stormachtige luchtverplaatsingen; je pet waait ervan af.

Gocta is een van vele attracties in het noorden van Peru. Nog maar weinig
buitenlandse toeristen weten ze te vinden. De meesten trekken vanuit Lima zuidwaarts. Naar Machu Picchu. Wie daar de Inca Trail wil lopen, moet welhaast zes weken van te voren een timeslot boeken. De Inca-stad trekt jaarlijks ongeveer een miljoen bezoekers.

Het contrast met het noordelijk gelegen Kuélap kan haast niet groter zijn. Er is geen sterveling - behalve een groepje lama's dat het gras kort houdt. Het indrukwekkende fort bovenop een berg van ruim 3.000 meter hoogte kijkt uit over de Utcubamba-vallei en omvat honderden ronde vertrekken en gebouwtjes, met weelderig groen overgroeid. Delen ervan zijn vijftienhonderd jaar later nog wonderwel gepreserveerd.

De naam laat zich vertalen als 'koude plek'. De vesting bood beschutting aan - naar wordt aangenomen - de notabelen van de Chachapoyas, de people of the clouds, het volk waarnaar de provincie is vernoemd. Een groot deel van het jaar ligt Kuélap verscholen in wolken die de bergtop omhullen. De mistige jungle eromheen is cloud forest.

Het bouwwerk is zo'n 600 meter lang en op plekken bijna 20 meter hoog. Het werd opgetrokken uit gigantische stenen in de 6de eeuw (en is daarmee zo'n duizend jaar ouder dan Machu Picchu). Hoe, dat is voor archeologen onderwerp van onderzoek. Het zal niet makkelijk zijn geweest: de laatste paar honderd meter ernaartoe afleggen is ook zonder het meesjouwen van rotsblokken al een uitdaging: de hoge lucht is ijl, het lopen gaat langzaam en gaat samen met happen naar adem.

Per auto vanuit Leymebamba duurt de haarspeldbochtjesrit naar Kuélap zo'n anderhalf uur. Langs de weg liggen stoffige gehuchten waar geïsoleerde gemeenschappen met wat vee en het bewerken van land in hun levensonderhoud voorzien. Traditionele klederdracht is er meer regel dan uitzondering. Vooral de felgekleurde weefsels die de vrouwen dragen, knallen uit het groene landschap. Met stevige kousen, dikke rokken tot onder de boezem en een hoge rieten hoed.

terug naar boven


Mancora

4 redenen om naar Mancora te gaan

Reizigers die wel eens in dit stadje zijn geweest hoeven dit niet te lezen. Die zullen het ongetwijfeld met ons eens zijn. Het is een relaxed backpackerstadje waar van alles te doen is. Je kunt je hier makkelijk een aantal dagen vermaken. Hier een aantal redenen om naar Mancora heen te komen.

1. Leer surfen

De zee van Mancora heeft ideale golven, zowel voor beginnende als voor de wat meer ervaren surfers. Je kunt zelf het water in gaan en je kunsten laten zien aan de mensen op het strand, maar je kunt ook surfles nemen. Groot voordeel: omdat de stranden zo langgerekt zijn, is het er voor je gevoel altijd rustig. Het is dus niet zo dat je op een bomvol strand moet staan met je surfplank, maar dat het vrij rustig is

2. Ga naar een strandfeest

Wie dacht dat full moon parties alleen in Koh Phangan in Thailand voorkwamen heeft het mis. De hoeveelheid TukTuks verraadt het Aziatische gevoel al een beetje maar de full moon parties maken het Azië gevoel compleet. Met het uitstekende strand en vele bars is Mancora elke maand het decor van de legendarisch maanfeestjes. Volgens elke local moet je dit een keer meegemaakt hebben.

3. Het is backpacker paradijs

Niet dat hier alleen maar backpackers lopen. Helemaal niet zelfs. Maar de prijzen zijn wel backpackers minded. Mancora is namelijk eg goedkoop. Een dorm in een slaapzaal kost bijvoorbeeld slechts €6 per nacht. En dan slaap je ook nog op slechts 2 minuten lopen van het strand. De gemiddelde kosten van een moto taxi naar de stad (5 minuten rijden) kost je nog niet eens een €1.

4. Het is heerlijk rustig

Het gebeurt niet vaak dat je delen van het strand voor jezelf hebt. Wij hebben heel wat van de wereld gezien en je komt altijd wel iemand anders tegen. In Mancora hadden we dagen aan het strand waar niemand te bekennen was. Op de locals na natuurlijk. Dat was niet bij de ‘main’ beach, maar op 15 minuten lopen van het stadje. Alsnog, heerlijk rustig!

MancoraHoe kom je er?

Mancora ligt op rum 1.100 kilometer van Lima. Het is  zelfs sneller om vanuit Quito te reizen 🙂 En de reis naar dit kustplaatsje is bijna net zo mooi als het plekje zelf.

Je kunt er het makkelijkste komen door naar Talara of Tumbes te vliegen. Vanuit Talara is het nog 72 kilometer, met een beetje geluk een uur of twee, over kronkelende wegen door het ruige en woeste woestijnlandschap, tot je de zee ziet.  

In Mancor
In het stadje zelf heb je geen auto nodig: de beste bars, restaurants, hotels en danslocaties zijn allemaal op loopafstand, en er is maar één onverharde weg die door de stad loopt. Als je van het ene uiteinde naar de andere moet, kun je voor ongeveer $2 in een TukTuk stappen.

terug naar boven


Guayaquil

Guayaquil (officieel Santiago de Guayaquil) is de grootste stad van Ecuador. De stad zelf heeft ongeveer 2,3 miljoen inwoners, de hele gemeente (inclusief dorpen buiten de stad zelf) wordt op ruim 3 miljoen inwoners geschat. Toch is het niet de hoofdstad van Ecuador, dat is Quito. Guayaquil ligt ongeveer 250 kilometer zuidwestelijk van die stad, op een afstand van 50 kilometer ten noorden van de Golf van Guayaquil aan de Guayas-rivier. De stad is de hoofdstad van de provincie Guayas en is een parochie (parroquia) in het kanton Guayaquil.

Het klimaat in Guayaquil is tropisch. Het jaar is verdeeld in een droge tijd (“zomer”) van juli tot december en een natte tijd (“winter”) van januari tot juni. De stad is het centrum van de visserij in Ecuador en is tevens de meest geïndustrialiseerde stad van Ecuador.
Inhoud

Geschiedenis
Stichting

De ontstaansgeschiedenis van Guayaquil is niet precies bekend. Naar men aanneemt waren de conquistadores niet tevreden met de ligging van het in 1534 gestichte Quito. Daarom werden er steeds dichter naar de kust toe nieuwe steden gesticht. Dat ging ten koste van verschillende inheemse gemeenschappen. De naam Guayaquil werd lange tijd gebruikt om nog niet een stad maar een gebied aan de kust van Ecuador te benoemen waar de Spanjaarden zich aan het vestigen waren.

Als grondlegger van Guayaquil geldt hetzij de conquistador Francisco de Orellana, hetzij zijn collega Francisco de Olmos. Door de vele verplaatsingen van de stad is de uiteindelijke stichter van de stad niet met zekerheid te achterhalen, noch de precieze datum en zelfs het jaar waarin de stad gesticht werd. Vast staat dat het in de eerste helft van de 16e eeuw gebeurde, kort na de stichting van Quito. Als jaarlijkse feestdag hanteert de stad 25 juli, hetgeen in de heiligenkalender de naamdag is van Sint Jacobus, de beschermheilige van de stad. De oorspronkelijke volledige naam van de stad was Muy Noble y Muy Leal Ciudad de Santiago de Guayaquil (Zeer hoogstaande en zeer loyale stad van Sint Jacobus van Guayaquil).

De naam Guayaquil

De naam Guayaquil zou verwijzen naar een legendarische Indianen-leider genaamd Guaya, en zijn echtgenote genaamd Quill. Guaya doodde volgens de legende zijn echtgenote, alvorens zichzelf te verdrinken omdat hij niet in Spaanse handen wilde vallen. Andere vermoedens zijn dat Guayal een inheemse stad was, en dat Quill een plaatselijke god van het water was. Weer een andere verklaring voor de herkomst van de naam van de stad is dat het woord Guayaqil in het Tsafiki, de taal van de huidige Tsáchila-indianen, ons grote huis betekent en dat die naam aan de stad is gegeven.
Koloniale tijd

In de koloniale tijd - de periode dat Spanje over Ecuador en vele delen van Zuid-Amerika heerste - groeide Guayaquil in hoog tempo uit tot een belangrijke havenstad. De haven was van groot belang voor het vicekoninkrijk Peru (het latere Nieuw Granada), dat de rijkdommen uit deze en naburige koloniën via de haven van Guayaquil naar Spanje vervoerde. De positie van de haven, tussen Lima en Midden-Amerika en door rivieren verbonden met het binnenland, was zeer gunstig. De stad groeide van een inwonertal van 2000 in 1600, tot meer dan 10.000 in 1700.

In de 17e en 18e eeuw werd Guayaquil regelmatig aangevallen door Engelse en Franse piraten. Zeventien aanvallen zijn gedocumenteerd. In 1687 leidde een grootscheepse aanval tot de dood van 35 (van de 260) piraten en 75 verdedigers van de stad. De piraten ontvoerden de vrouwen van Guayaquil, dreigden de stad te verbranden en eisten een grote som geld om de brand te voorkomen en de vrouwen weer vrij te laten. Dit losgeld werd door Quito betaald. Een andere grote aanval in 1709 leidde eveneens tot een eis voor losgeld. Maar die werd nooit betaald: door een uitbraak van gele koorts sloegen de piraten op de vlucht. De veelvuldige aanvallen leidden tot een verplaatsing van het stadscentrum naar het zuiden, waar het beter beschut lag. Ook werd de stad voorzien van een sterke verdedigingswal.

Behalve door piraten werd Guayaquil ook regelmatig getroffen door grote branden. Daarvan zijn 13 gevallen gedocumenteerd. De huidige wijk Las Peñas is nog grotendeels in een koloniale bouwstijl opgetrokken. In werkelijkheid zijn de gebouwen echter regelmatig geheel afgebrand en herbouwd, en de huidige gebouwen zijn niet meer de originele bouwwerken. Toch is de wijk vanwege de koloniale sfeer een van de toeristische trekpleisters van de stad.

Zoals veel steden had ook Guayaquil te maken met epidemieën. In 1589 werd driekwart van de bevolking het slachtoffer van de pokken. In 1667 werd de stad getroffen door een nieuwe uitbraak van diezelfde ziekte. In 1709 leidde een uitbraak van gele koorts tot vele doden, maar ook tot het vertrek van piraten die juist op dat moment de stad aanvielen. In 1740 brak de gele koorts wederom uit, en in 1786 kreeg de stad weer te maken met pokken.

Onafhankelijkheid
 

Op 9 oktober 1820 verklaarde Guayaquil zich onafhankelijk, als eerste stad van het huidige Ecuador. De burgers van de stad wisten met hulp van een Peruaans leger de Spaanse troepen te overwinnen, welhaast zonder enig bloedvergieten. De stad gaf zichzelf de status van vrije provincie, onder leiding van José Joaquín de Olmedo. De Vrije Provincie Guayaquil omvatte het kustgebied van Ecuador, het Zuiden van het huidige Colombia en het Noorden van Peru. In 1822 tekenden vrijheidsstrijders Simón Bolívar en José de San Martín een overeenkomst waardoor Guayaquil, zonder daarover te zijn geconsulteerd, werd opgenomen in Groot-Colombia. Het gevolg was dat De Olmedo werd verbannen uit de stad, toen hij bij Bolívar zijn onvrede kenbaar maakte over de manier waarop de stad deel was gaan uitmaken van Groot-Colombia.

Na het uiteenvallen van deze staat in 1830 ging Guayaquil deel uitmaken van Ecuador. Het werd het toneel van regelmatige gewapende strijd. Enerzijds probeerde de stad lange tijd onafhankelijk te worden van Ecuador, anderzijds werd de stad gebruikt om aanvallen vanuit Peru af te slaan. Gedurende de jaren 1859/60 was Guayaquil de tijdelijke regeringszetel van Ecuador. Tijdens de nationale crisis in die periode riep generaal Guillermo Franco echter een eigen regering uit in de stad. Samen met de eveneens alternatieve regering die door Francisco Robles in de stad Riobamba was uitgeroepen probeerde Franco de nieuwe leider van Ecuador te worden. De door Quito ingezette troepen namen Quayaquil echter in, en de centrale regering behield de macht.

Liberale revolutie

In 1895 riep Guayaquil Eloy Alfaro (die zich na de burgeroorlog van 1883 in ballingschap in Panama bevond) uit tot opperste bevelhebber van het land. Alfaro keerde terug uit zijn ballingschap en wist inderdaad de macht te veroveren. Alfaro beperkte de invloed van de Rooms-katholieke kerk, en gaf een nieuwe impuls aan de economische ontwikkeling van Ecuador. De machtsovername door Alfaro ging als de Liberale Revolutie de geschiedenisboeken in. Voor Guayaquil braken er nieuwe gouden tijden aan. Nieuwe exporteurs van met name cacao vergaarden grote rijkdom, en verzuimden niet om die ook tentoon te spreiden. Na een grote brand in 1896 werd de stad zonder aarzelen herbouwd, maar deze keer met steen in plaats van hout.

Recente geschiedenis
Malecon 2000

Na de Tweede Wereldoorlog groeide de bananenindustrie aan de kust van Latijns-Amerika in hoog tempo. Guayaquil bleef daardoor een handelscentrum in Ecuador, de haven werd van steeds groter belang voor de economie van het hele land. Er ontstond een toevloed van nieuwe bewoners, die vanuit het platteland kwamen om hun geluk te beproeven. Het gevolg was een wildgroei van armenwijken rond de stad. Guayaquil kreeg te maken met ernstige criminaliteit in de stad. Recentelijk[wanneer?] probeert de stad daar op verschillende manieren een eind aan te maken. Een belangrijk wapen in de strijd is meer aandacht voor toerisme, waardoor enerzijds de economie een extra impuls krijgt en anderzijds de sfeer in de stad verbetert. Zo opende in 2000 het prestigieuze project Malecon 2000, een bijna 3 kilometer lange boulevard vol cultureel vermaak. Een ander project was een park tussen de rivieren de Guayas en de Daule. Dit park bestaat uit een mangrovegebied, dat door toeristen kan worden bezocht. Dit soort projecten lijkt inderdaad bij te dragen aan een verbeterde veiligheid in de stad.

De laatste jaren[wanneer?] is er een sterk toenemende onvrede met het beleid vanuit Quito en ontstaat daardoor ook een roep naar onafhankelijkheid zoals er was in de jaren 1820-1822. Deze drang naar onafhankelijkheid komt onder andere tot uiting in de naamsverandering van het vliegveld in 2006, van Simón Bolivar (die als de bevrijder van Quito wordt gezien en in 1822 het toen al vrije Guayaquil onvrijwillig inlijfde bij Groot-Colombia) naar José Joaquín de Olmedo, de eerste president van het vrije Guayaquil in 1820.

Het Bisdom Guayaquil
Nadat zich in Guayaquil een kleine groep Jezuïeten had gevestigd, (afkomstig van de kloosterorde te Cuenca) werd op 16 februari 1837 het bisdom Guayaqil gevestigd. Het is op dit moment[wanneer?] het geestelijk tehuis van 130.900 gelovigen, in 40 parochies met 52 kerken en kapellen, 60 priesters, een priesteropleiding, 60 scholen en 4 scholen voor jongens.

De eerste bisschop was De Garaycoa, die in 1838 werd geïnstalleerd. In 1851 vertrok hij echter naar Quito om daar de post van aartsbisschop te bekleden. Guayaquil had gedurende de volgende tien jaren geen bisschop, totdat in 1861 Tomás Aguirre bisschop werd. Tussen 1877 en 1884 was Guayaquil echter weer verstoken van een bisschop. Daarna zijn er geen lange bisschopsloze perioden meer geweest.

Demografie
Bevolkingsontwikkeling
Ondanks de slachtoffers die vielen door aanvallen van piraten, door branden en door epidemieën groeide de bevolking van Guayaquil gestaag. Rond 1600 woonden er 2000 mensen in de stad, in 1700 waren dat er 10.000 en in 1820 werden er 15.000 inwoners geteld. De toestroom van plattelandsbewoners nam sindsdien sterk toe. In 1900 telde de stad 35.000 inwoners, na de Tweede Wereldoorlog waren dat er 200.000. Sinds de jaren vijftig nam de bevolking iedere tien jaar met 100.000 mensen toe. Tegenwoordig heeft de stad meer dan 2 miljoen inwoners. De meeste mensen die zich van buiten de stad in Guayaquil vestigden leven in sloppenwijken (de zogenaamde invasiones).


terug naar boven


Baños de Agua Santa

Aardbevingen en vulkaanuitbarstingen
Actieve Tungurahua boven Baños. Januari 2010.

Baños ligt aan de voet van de actieve vulkaan Tungurahua. Bij erupties veroorzaakt het opkomende magma aardschokken in het nabijgelegen stadje. De weg tussen Baños en Riobamba, direct onder de Tungurahua langs, wordt vaak afgesloten vanwege vulkanische activiteit. Bovendien wordt het gebied regelmatig door aardbevingen getroffen. De geschiedenis van Baños wordt dan ook getekend door vulkaanuitbarstingen en aardbevingen.

In 1773 vernietigde een grote uitbarsting een groot deel van Baños en alle omringende kleinere dorpjes. Inwoners wisten zich te redden door zich te verschuilen in de kerk, die gespaard bleef, of door via de Pastaza-rivier te vluchten. Na deze uitbarsting vestigden veel overlevenden zich in Baños, in plaats van opnieuw in omringende dorpen te gaan wonen.

In 1797 werd het stadje opnieuw getroffen, deze keer door een aardbeving die meer dan 400 doden tot gevolg had. Generaal Baltasar Carriendo, die in 1780 in Baños een opstand had neergeslagen, overleed bij die gelegenheid. Hij werd bedolven onder het puin van zijn landgoed.

Op 5 augustus 1949 raakte Baños geïsoleerd als gevolg van een grote aardbeving in Ecuador. De meeste slachtoffers vielen daardoor na de aardbeving zelf, doordat het stadje niet meer bereikbaar was.

Eind 1999 werd Baños op aanraden van vulkanologen geëvacueerd en afgesloten. Bij de uitbarsting bleef het stadje echter gespaard. De bewoners keerden na enkele maanden terug, tegen de verordening van de autoriteiten in. Er viel een dode bij de onrusten die daarmee gepaard gingen.

De hevigste uitbarsting sindsdien was in 2006, toen op 16 augustus zes doden vielen en 4.000 mensen werden geëvacueerd. Verschillende dorpen in de buurt werden volledig verwoest. Sindsdien zijn verschillende kleinere uitbarstingen gevolgd.
Beschermheilige
Nuestra Señora del Rosario de Agua Santa, op het altaar in de kerk van Baños. Januari 2010.
Processie ter ere van Nuestra Señora del Rosario de Agua Santa. Oktober 2005.

De beschermheilige van Baños is Nuestra Señora del Rosario de Agua Santa (Onze Vrouwe van de Rozenkrans van het Heilige Water). Volgens overlevering beschermt zij de bewoners van Baños en reizigers van en naar de stad tegen onheil. Zo had zij de hand in de bescherming van de kerk bij de vulkaanuitbarsting in 1773, waardoor veel bewoners overleefden. Ook redde ze in 1889 een reiziger die onder de uitroep “Madre mía de Agua Santa!” (“Mijn Moeder van het Heilige Water!”) door het breken van een touwbrug een val van 70 meter in de Pastaza-vallei maakte. Het meest recente wonder stamt uit 1980, toen bij een grote brand in Guayaquil een appartement bleef gespaard doordat de uit Baños afkomstige bewoner een afbeelding van Nuestra Señora del Rosario de Agua Santa aan de deur had bevestigd en haar aanriep om zijn woning te sparen.

Volgens overlevering biedt Nuestra Señora del Rosario de Agua Santa persoonlijke bescherming wanneer men negen dagen achtereen in de warme bronnen baadt en gedurende deze periode dagelijks een mis bijwoont en de rozenkrans bidt.

De bouw van het aan haar gewijde klooster Monasterio del Rosario de Agua Santa werd in 1904 gestart, op initiatief van Thomas Cornelis Halflants. In de kerk van dit klooster hangen grote muurschilderingen die de wonderen die zij heeft verricht uitbeelden. In 1997 werd het klooster door de regering van Ecuador uitgeroepen tot cultureel erfgoed.

In oktober wordt Nuestra Señora del Rosario de Agua Santa geëerd. Van 7 tot 30 oktober vertrekt er dagelijks uit steeds een andere buurt of nabijgelegen dorp een processie naar het klooster, ter ere van de beschermheilige. De groepen proberen elkaar dan te overtreffen in omvang, aankleding en muzikaliteit.
terug naar boven


Quito

Quito is de hoofdstad en een parochie (parroquia) van Ecuador in het kanton Quito en hoofdplaats van de Ecuadoraanse provincie Pichincha. De stad ligt twintig kilometer ten zuiden van de evenaar, op de oostelijke helling van de Pichincha, een actieve vulkaan in de Andes.
De stad heeft een gemiddelde hoogte van 2850 meter boven zeeniveau. Quito is daarmee de hoogste hoofdstad in de wereld. (La Paz in Bolivia ligt hoger maar is officieel geen hoofdstad.)
Volgens de laatste telling (2010) wordt de stad bevolkt door ruim 1,6 miljoen mensen. Daarmee is het de tweede stad van het land, na Guayaquil.
De stad is met zijn 70 km lengte en slechts ongeveer 4 km breedte uitzonderlijk lang gerekt.

Geschiedenis

In de hooglanden van Quito woonde tot in de 13e eeuw het volk van de Quitus, dat later door de uit de kuststreken afkomstige Caras werd onderworpen. Beide volken vermengden zich tot de Shyri en dat volk bleef de streek bewonen tot de komst van de Inca's in de 15e eeuw. Na de verovering door de Inca’s was Quito naast Cuzco en Cajamarca (beide in het huidige Peru) een belangrijke stad in het Incarijk. De stad werd het centrum van het rijk van keizer Atahualpa, die in een oorlog verwikkeld raakte met zijn broer Huascar die vanuit Cuzco opereerde. Tijdens de verovering door de Spanjaarden in 1534 werd de stad tot de grond toe afgebrand, en opnieuw gesticht onder de naam Muy noble y muy leal ciudad de San Francisco de Quito (Zeer hoogstaande en zeer loyale stad van Sint Franciscus van Quito).

Quito groeide in 300 jaar tijd uit tot een stad van rond de 10.000 inwoners. Op 10 augustus 1809 ontstond in deze stad voor het eerst de roep om onafhankelijkheid van Spanje, nadat er al eerder opstanden hadden plaatsgevonden tegen het optreden van het Spaanse bestuur. In 1822 versloegen onafhankelijkheidsstrijders het Spaanse leger, en het land sloot zich vervolgens aan bij de Republiek Groot-Colombia van Simón Bolívar. In 1830 viel die republiek uit elkaar en werd Ecuador een onafhankelijke republiek. Quito werd daarvan de hoofdstad.

In de 20e eeuw kende Quito een spectaculaire groei, enerzijds door de industrialisatie en anderzijds de migratie van het platteland naar de stad.
Terug naar boven

ipiales

Het verhaal van de kerk Las Lajas Sanctuary

 

De kerk is er niet zomaar gebouwd, het verhaal gaat als volgt:

In 1754 kwamen een lokale moeder en haar doofstomme dochter in slecht weer terecht. De dochter zou een verschijning van de maagd Maria gezien hebben, waardoor ze plotseling kon praten. Na de gebeurtenis bleef er een muurschildering van Maria achter op de muren.
Jaren later was het nog altijd een geliefde plek voor gelovigen uit de regio. Daarop besloot men om in 1802 een kapel en later een begin van de huidige kerk te maken.
De kerk zoals deze er nu nog altijd bij staat werd gebouwd tussen 1916 en 1949.
Volgens Colombianen is Las Lajas Sanctuary het op één-na mooiste wonder van het land, na de Zoutkathedraal van Zipaquira.
Terug naar boven


San Augustin

De oude beschaving van San Agustín

San Agustín Colombia

Ten midden van de provincie Huila ligt in de jungle één van de best bewaarde ruïnes van de pre-Columbiaanse cultuur. Het betreft het wereldberoemde archeologische park San Agustín. Dat een grote hoeveelheid standbeelden verspreid over de jungle herbergt en tegenwoordig een toeristische trekpleister is in Colombia.
De San Agustín-indianen

San Agustín standbeelden

Tussen 1.000 voor Christus tot en met 1500 na Christus leefde de “San Agustín-indianen” in het gebied waar vandaag de dag het archeologische park gevestigd is. Het park bestaat uit een indrukwekkende beeldengroep van meer dan 500 beelden. Het is niet bekend hoe de beschaving aan zijn einde is gekomen welke al voor de komst van de Spanjaarden ophield te bestaan. Het archeologische park staat op de UNESCO lijst van wereld erfgoed.

Hedendaags hangt er nog steeds veel mystiek rondom het archeologische park omdat het één van de grootste standbeeld verzamelingen ter wereld herbergt met sommige beelden van wel 7 meter hoog. De beelden van de Agustínos in de jungle werden ook pas in 1914 ontdekt door de Duitse antropoloog Konrad Theodor Preuss.

Preuss nam enkele beelden mee vanaf San Agustín naar Duitsland (waar tegenwoordig veel controversie over is ontstaan). Dit doet hij door ze vanaf San Agustín per ezel naar Neiva te vervoeren en vervolgens vanaf Neiva naar Cundinamarca per boot over de Magdalena (om aan te geven hoe afgelegen het park ligt). Uiteindelijk belanden de beelden in zijn privé collectie in Duitsland. Enkele beelden van San Agustín zijn daarom tegenwoordig te zien in het Berlijnse staatsmuseum.

De enorme beelden van San Agustín werden gebouwd als graven voor de belangrijke personages van de vergane civilisatie. Het park bestaat uit 4 vlakten (Mesas A,B,C,D), el Alto de Lavapatas en el bosque de las estatuas. De sculpturen zijn een expressie van een oude beschaving en het geloof van de Agustínos. Zo zijn er zowel menselijke als dierlijke figuren uitgebeeld in steen. De belangrijkste beelden zijn: el doble yo, El Aguila con un serpiente en sus garras & el Obispo. Zij symboliseren de macht van de sjaman, het leven en de politieke hiërarchie.
terug naar boven


popayan

Mini-gids Popayán: de witte stad van Colombia
23 mei 2018

Het grootste koloniale centrum van heel Colombia, één van de oudste universiteiten, het mooiste natuurhistorische museum van het land, een bijzondere viering van Pasen, een indrukwekkende omgeving, lieve mensen, heerlijke theehuizen en een gastronomie waar je ‘u’ tegen zegt: Popayán heeft het allemaal. Vier jaar nadat ik voor het eerst voet zette op Colombiaanse bodem bezocht ik eindelijk dé witte stad van Colombia. En ja: het was fantastisch. Veel reizigers zeggen dat er in Popayán niets te doen is behalve door de witte straten struinen. Niks van waar gelukkig. Bezoek prachtig Popayán en ontdek het zuiden van Colombia!

La Ciudad Blanca

La Ciudad Blanca, oftewel de Witte Stad, is beroemd om het prachtige witte centrum. Na Cartagena wordt Popayán gezien als de meest indrukwekkende koloniale stad van Colombia. Daarnaast is Popayán één van de best bewaarde koloniale steden van America, een gegeven dat terugkomt in de architectuur en de religieuze tradities, én heeft de stad met een geschatte aantal van 236 blokken één van de grootste koloniale historische centra van Colombia. De hoofdstad van het departement Cauca werd gesticht in 1537 door Sebastián de Belalcázar en werd door de ligging in Valle de Pubenza een belangrijke stop op de route van Cartagena naar Quito langs de Panamericana-weg. In 1983 werd Popayán getroffen door een zware aardbeving, met vele doden en schade tot gevolg. Popayán telt bijna 300.000 inwoners en is een echte studentenstad.

https://www.besabine.com/mini-gids-popayan-colombia/
Terug naar boven

cali ??

 

 

Terug naar boven

bogota

Terug naar boven

 

Terug naar boven

Terug naar boven